De chinese oorsprong van Shiatsu

Huang Ti Nei Ching

Het oudst bekende boek over de chinese geneeskunde wordt de 'Huang Ti Nei Ching' of 'The Yellow Emperor's Classic of Internal Medicine' genoemd.


Daarin ondervraagt de legendarische keizer Huang Ti zijn lijfarts Ch'i Po over hoe het in zijn rijk is gesteld met geneeskunde en gezondheid.  In een bekende passage legt Ch'i Po uit dat er in verschillende regio's verschillende vormen van geneeskunde werden ontwikkeld als antwoord op het plaatselijke klimaat en de daaruit voortvloeiende constitutionele problemen waaraan de mensen daar leden.


Behandeling met kruiden, naalden en warmte werd toegeschreven aan de noordelijke, zuidelijke, oostelijke en westelijke regio's.


De ontwikkeling van fysische therapie met o.a. massage en ademhalingsoefeningen daarentegen werd toegekend aan de mensen van de centrale regio van China.  Daar ontstond de integratie van massage en manipulatieve therapie met speciale lichaamsbeweging, ademhalingstechnieken en helende meditaties die samen het beste van de chinese geneeskunde vertegenwoordigen.  Dit werd algemeen bekend als 'Tao Yin', het geheel van methoden om de subtiele energieën in het lichaam ongehinderd te doen stromen.


Shiatsu is de moderne erfgenaam van deze traditie.  Chinese geneeskunde werd in de 6de eeuw in Japan geïntroduceerd door een boeddhistische monnik.  De japanners ontwikkelden en verfijnden veel van de methoden om ze beter te doen passen bij hun eigen fysiologie, temperament en klimaat.  Zij ontwikkelden met name de vaardigheden van manuele diagnose en genezing.  Ze stelden daartoe speciale technieken van abdominale diagnose, behandeling en massage op punt.